En toen was ons jongetje dood.

Bijgewerkt: 13 nov 2018



Een beetje angstig ben ik wel met het publiceren van dit enorm persoonlijke verhaal. Eigenlijk net als de vorige keer. Dit zijn namelijk geen verhalen over 'de mooie dingen des levens'. Maar wel over hoe het leven kan zijn en hoe rot sommige dingen kunnen zijn. Ik heb zoveel mooie en hartverwarmende reacties gekregen na de vorige blog. Ik was niet voorbereid op zo'n grote diversiteit aan mensen die het stuk hadden gelezen en de uiteenlopende reacties die daarop volgden. Een gebeurtenis als deze is zó verdrietig dat veel mensen niet de woorden kunnen vinden of de zinnen kunnen vormen om te omschrijven wat er is gebeurd en wat dat met je doet. Hieronder ga ik dit proberen. Dit deel gaat over het vervolg nadat we een slecht-nieuws gesprek in Leiden hadden gehad.



De donderdag na Leiden.


De donderdag nadat ik mijn eerste deel van de blog had geschreven moesten we weer voor controle naar het ziekenhuis in Gouda. Wat er in een week tot de nieuwe echo door je heen gaat qua gevoelens, is niet op een rijtje te krijgen. Ik probeerde boven alle paniekgevoelens nog hoop te hebben, zolang ik wist dat er nog een hartje klopte. Ik probeerde sterk te zijn. Verdriet vond ik een veel lastigere emotie. Je probeert weinig tot geen ruimte te geven aan de angsten en verdriet omdat je ontzettend bang bent dat je het zelf in de hand gaat werken. Persoonlijk ben ik er namelijk van overtuigd dat lichaam en geest, of vooral misschien de geest, het lichaam kan beïnvloeden. En als ik zou gaan denken dat het kindje dood is, of ik een instort-moment zou hebben, zou ik misschien de schuldige zijn van zijn dood. Maar je bent ondertussen niet gek. Je weet helaas uit ervaring wat de situatie is waarin je verzeild bent geraakt. De paniek, angst en het verdriet waren dan wel ergens verdrongen, maar verdrongen betekent niet dat het echt weg is. Ik voelde het allemaal ergens broeien.


Ik had veel verwachtingen van de echo die donderdag. Het was alsof ik na deze echo veel meer duidelijkheid zou hebben. Wanneer het kindje nog enigszins gegroeid was, dan was de hoop niet ongegrond en konden we blijven hopen. Wanneer we zouden horen dat het kindje niet gegroeid was, dan werd het al een heel ander verhaal. Plus de kans, de kans die je liever wegstopte, dat je kindje misschien al dood was.

En het kindje was dood. We zagen het meteen, mijn man en ik. Waar je met een echo normaal de tekst krijgt “En hier zie je het hartje kloppen”, gaan echoscopisten in deze gevallen eerst de dingen noemen die ze wél zien. “En hier zie je de ruggenwervel, daar het hoofdje”. Maar ze kon geen kloppend hartje vinden en wij zagen het ook niet. “Maar het kindje leeft niet meer he?” Zei ik. Ze keek ons aan en zei “nee, het hartje klopt niet meer, het spijt me”. En daar lig je dan.


Het was niet als de vorige keer, we waren dit keer voorbereid op dit nieuws. Maar het wegvloeien van het stukje hoop dat je nog had liet op dat moment al een enorme leegte achter. We voelden ons zó leeg daar. En boos ook. Ik was zó boos. Álle angsten waren werkelijkheid geworden. Álles waar je zo hard hebt geprobeerd het niet aanwezig te laten zijn in je gedachten en gevoelens, dát wordt waar. En je kon er niets aan doen. Het lag niet in jouw macht. Géén regie, niks.




En dan moet je nog gaan bevallen...


We werden naar huis gestuurd om de volgende dag terug te komen om het kindje geboren te laten worden. Eigenlijk wilden ze dit nog wat uitstellen, gezien het 'standaard protocol' in dit soort gevallen, maar wij wilden dit liever niet. We wisten ontzettend goed wat ons te wachten stond. Ik zag er als een berg tegenop. Toen we thuis op de bank zaten herinnerde ik me een artikel dat ik gelezen had na de dood van ons eerste kindje Abe. Over het op water of sterk water zetten van het kindje wanneer het ter wereld kwam. Op die manier zou het een wat natuurlijker beeld geven en ‘mooi’ blijven.

Puntje bij paaltje stond die dag in het teken van het vinden van een goede vaas voor ons jongetje en eindigden we bij de Intratuin. Zowel mijn man als ik vol in gedachten met alles wat er was gebeurd en wat nog ging komen. Het is raar hoe zo’n dag verloopt. Je kunt je op zulke momenten ook ineens heel goed voorstellen dat stellen elkaar soms niet zoveel te zeggen hebben als ze samen zijn. We waren samen, voelden ons ontzettend verbonden, maar heel veel te zeggen was er niet behalve over een vorm van de vaas.


“Het feit dat je kunt reageren op opmerkingen van artsen en verpleegkundigen met de tekst ‘ja, dat weten we van vorig jaar’ of ‘ja, dat ging de vorige keer zo’ en ‘nou, onze ervaring is dat…’, is een hard gelach.”

Met ons koffertje liepen we de volgende dag het ziekenhuis in. We kregen te horen wat er nu allemaal ging gebeuren en dat de arts straks langs zou komen. Roy, mijn man, zei later: “Het feit dat je kunt reageren op opmerkingen van artsen en verpleegkundigen met de tekst ‘ja, dat weten we van vorig jaar’ of ‘ja, dat ging de vorige keer zo’ en ‘nou, onze ervaring is dat…’, is een hard gelach.”

De eerste arts was bijvoorbeeld bijzonder optimistisch over het tijdsbestek waarin ik zou gaan bevallen. De vorige keer duurde het ongeveer 36 uur en we wisten dat de kans naar onze mening wat kleiner was dat het die dag nog ter wereld zou komen. Vandaar dat we al voorbereid met een koffertje aankwamen. Gelukkig waren alle mensen die ons begeleidden super aardig en meelevend.

Twee shifts aan artsen en verpleegkundigen later kwam de geboorte op gang. Het ging in korte tijd heel snel. Achteraf gezien vond ik het een ‘fijne’ bevalling, zeker in vergelijking met de eerste keer. Met de eerste echte pijnen kwamen ook de eerste echte tranen. Het besef dat dit het was, geen weg terug en geen levend kindje, kwam toen écht binnen. Het eerste muurtje in mijn hoofd werd gebombardeerd. Ik wilde dit niet maar zat er al middenin.

Mijn man stond van begin tot eind naast me en hielp me waar hij kon. Hoe machteloos moet hij zich gevoeld hebben om er maar naast te staan en niets te kunnen doen. Het kindje werd geboren en daarna moest ik naar de OK omdat mijn placenta niet los kwam. Het kindje na de geboorte op sterk water zetten was de beste keuze die we hadden kunnen maken en zou de allergrootste tip zijn voor iemand die ook deze weg in moet. Het zorgde ervoor dat we die nacht, toen ik terugkwam uit de OK, met een gerust hart nog even konden gaan slapen. We wisten nu dat het kindje er morgen, als het licht was, hetzelfde bij zou liggen. We gaven hem de naam Siem. Hij was zo perfect en compleet. Tepeltjes, nageltjes, alles zat erop en eraan.



"Het kindje na de geboorte op sterk water zetten was de beste keuze die we hadden kunnen maken en zou de allergrootste tip zijn voor iemand die ook deze weg in moet."




En toen weer terug naar huis


Doordat ik dit keer geen ruggenprik heb gehad en er verder geen complicaties bleken te zijn, konden we na het gesprek met de uitvaartzorg van het ziekenhuis zelf ook naar huis. Ik zat nog in een enorme waas en echte tranen kwamen er nog niet. Dat was de dag erna wel anders. De 'muren' waren weg en er was niets meer over waar ik me zorgen over hoefde te maken of sterk voor moest zijn. Het was gewoon allemaal weg.

Hoe diep het gat was waar ik in werd gedonderd weet ik niet, maar ik wist van voren niet meer dat ik van achteren leefde, dus diep was het zeker. Ik kon gedachtes niet meer afmaken, huilde om alles en wist geen raad meer met mijzelf. Ik vond het allemaal zeer beangstigend en frustrerend. Dit duurde echt wel een tijdje. Maar gelukkig merkte ik wel dat ik stukje bij beetje iets helderder werd.

Er zit zo’n groot verschil tussen dat wat je wéet en dat wat je vóelt.


Voor mijn man was het heel anders. Hij stond langs de zijlijn. En dat is niet zozeer beter, als wel dat wanneer je langs de zijlijn staat ook gewoon heel anders observeert en denkt. Ik had muurtjes gebouwd die stuk voor stuk afgebroken werden tot de bevalling achter de rug was en het diepe gat kwam waar ik in één keer in leek te vallen. Roy nam bij wijze van spreken de trap naar beneden. Hij had ook niet alle lichamelijke ervaringen die bij een zwangerschap, maar ook bij een bevalling, horen en dat maakt het allemaal qua gevoelens anders. Niet beter dus, maar wel anders. Dat je daar bewust van bent is belangrijk. En elkaar proberen te vinden is moeilijk, maar gelukkig niet onmogelijk.

Ik realiseerde me dat deze keer echt anders was dan de vorige keer. Na de geboorte van Abe, een jaar geleden, dachten we nog dat alles een groot ongeluk was en dat de kans dat het nogmaals zou gebeuren nihil was. Dit werd ons ook door het ziekenhuis verteld.

Maar deze keer realiseerden we ons niet alleen dat dat niet waar was, maar ook dat dit een heel slecht teken was voor het vervolg van onze kinderwens. Niet alleen was ons kindje nu wéér dood, het bracht ook het besef mee dat mijn lichaam een grote boosdoener is in dit geheel en dat dat een behoorlijk moeilijk te accepteren feit is.


Je kindjes konden niet verder groeien omdat jij die voeding niet kon geven. Mijn lichaam is dus stuk. En daar kan ik niets aan doen, daar ben ik mij van bewust, maar het feit blijft dat het zo is…dat het jouw lichaam is dat stuk is. Je kunt wel dingen willen, dingen proberen, maar dat is zeker nog geen vrijbrief dat als je hard genoeg werkt, je dat ook echt krijgt.

Want jeetje zeg, ik heb zó de regie geprobeerd te houden, alles wat ik in de hand had heb ik gedaan. En dat loslaten van alles… dat is misschien wel het allermoeilijkste wat er is.


Wat er nu nog gaat gebeuren


Siem wordt nu onderzocht. We kunnen hem als hij terug is gaan begraven en dat gaan we dan ook doen. We hebben een mooi plekje gecreëerd waar we hem straks neer kunnen leggen. Ook hebben we hem aangegeven bij de gemeente en staat hij in ons trouwboekje. Hij bestaat voor ons en ik haal af en toe de namen van onze twee sterrenkindjes, Abe en Siem, door elkaar. Ook dat is een zeer hard gelach. Het verwerken van dit enorme verdriet en herstellen van alles wat we nu hebben meegemaakt gaat nog een lange tijd duren. Je voelt je zoals je voelt en daar hoef je en kun je ook weinig aan doen. Het ís gewoon zo. Sommige dagen zijn oke, sommige dagen totaal niet. Of soms kun je beter zelfs in uren praten. Slapen gaat soms wel en soms heb je de meest verschrikkelijke dromen. Vandaag moest ik een vulling laten vervangen, waarschijnlijk veroorzaakt door het tandenknarsen 's nachts zei te tandarts. Ook zoiets stoms.



"Je voelt je zoals je voelt en daar hoef je en kun je ook weinig aan doen. Het ís gewoon zo. Sommige dagen zijn oke, sommige dagen totaal niet. Of soms kun je beter zelfs in uren praten."



We krijgen veel steun van de mensen om ons heen en dat is ontzettend fijn. Niemand weet wat hij of zij moet doen of moet zeggen. Logisch. In veel gevallen weet ik ook niet waar ik behoefte aan heb. In gevallen als deze is er ook geen woord wat de lading dekt. Er zijn voor iemand, het proberen en voorál niets terug verwachten is misschien nog wel het beste om te doen.

Hoe het nu verder zal gaan weten we niet, maar we zijn heel blij dat we samen zijn. Ik ben zó blij dat ik een man heb die niet bij mij weg wil omdat ik ziek blijk te zijn. Dat klinkt misschien gek, maar zo voel ik het wel. Zijn toekomst is net zo goed anders geworden als hij bij voorbaat had gedacht. We zullen waarschijnlijk nog wel wat onderzoeken in het LUMC tegemoet gaan om een weloverwogen beslissing te kunnen maken over de toekomst van onze kinderwens. Er zijn genoeg opties en ook een hele hoop kinderen die niet genoeg liefde krijgen. En liefde hebben wij meer dan genoeg te geven. Maar deze keuzes gaan niet over één nacht ijs. We hebben nu elkaar en de mensen om ons heen. Dat is het belangrijkste om aan vast te houden. Plus de kat, die moeten we vooral niet vergeten want die knuffelt er verplicht wat op los.


Meer informatie over: de watermethode, rouwwerking in een notendop, steun bij verlies


#zwanger #sterrenkindjes #diabetestype1 #DBT1 #Reuma #GHZ #LUMC #chronischziek #bevalling #diabetes #RA #ziek #miskraam #doodgeboren #18weken

1,743 keer bekeken
contact: annemarijnvanwageningen@hotmail.com
Website designed by Studio Anne